De beginjaren

De eerste optredens

Als tiener trad Tineke veelvuldig op tijdens schoolfeestjes en ze was regelmatig op de radio te horen in programma’s als Jeugd en Ritme, Springplank, Muziek à Go-go en Tussen twaalf en twee. Daarnaast deed ze podiumervaring op bij menig talentenjacht, waarbij haar vader altijd als vaste rots in de branding aanwezig was. Hij zorgde er met zijn nuchtere karakter voor dat Tineke met beide benen op de grond bleef staan, wanneer ze weer een talentenjacht had gewonnen: “Als ik dan gewonnen had, dan zei hij altijd: ‘Nou, ik vond jou toch niet de beste.’ En als ik verloren had, dan zei hij altijd: ‘Kind, jij was de beste.’” In het prille begin van haar carrière was Tineke al op televisie te bewonderen, zoals in de talentenjacht Haal het doek maar op en in het programma Attent op Talent, dat werd gepresenteerd door Jos Brink. Het gewenste succes bleef echter nog uit.

Het Utrechtse cabaret

Na het afronden van de middelbare school trad Tineke regelmatig op in folkclubs, maar daarvan konden de rekeningen niet worden betaald. Daarom had ze verschillende baantjes bij bedrijven, die later een dankbare bron van inspiratie bleken te zijn voor diverse sketches en typetjes. Dankzij haar zanglerares Elly de Jong kwam Tineke in contact met Hennie Oliemuller en diens Muzeval Cabaret in Utrecht, waar zij op achttienjarige leeftijd werd aangenomen om de, zoals ze zelf zegt, ‘mooie liedjes’ te zingen. Niet lang daarna kreeg ze echter de kans om te laten zien wat ze nog meer in huis had, toen de hoofdrolspeelster van het cabaret haar been brak en Tineke werd gevraagd om in haar plaats op te gaan. Een droom kwam uit en Tineke greep deze kans met beide handen aan om haar komisch talent en haar natuurlijke gevoel voor timing op een live publiek uit te proberen.

Tineke’s talent was intussen ook buiten Utrecht niet onopgemerkt gebleven en in 1974 ging een langgekoesterde wens in vervulling met de opname van haar eerste solo-elpee getiteld Zondag in April. Datzelfde jaar nodigde de bekende Utrechtse cabaretier Herman Berkien haar uit om zich bij zijn Cabaret Herman Berkien te voegen. In de voorstellingen fungeerde ze vooral als Hermans aangever, maar ze kreeg ook de ruimte om haar eigen materiaal te schrijven en te spelen. Dit was het begin van Tineke’s geliefde personage Meneer Eddy, dat bij Cabaret Herman Berkien voor het eerst van zich deed spreken in de sketch De Telefoniste.

De doorbraak

Na een aantal jaren bij Herman Berkien te hebben gespeeld was de tijd rijp voor Tineke om solo verder te gaan. In 1980 ging haar eerste one-womanshow, Een Tien met een Gniffel, in première in het Utrechtse Jacobi Theater, het theater van Hans Brunyanszki met wie Tineke in juni 1979 in het huwelijksbootje was gestapt. Langzaamaan kreeg ze meer bekendheid in en buiten Utrecht en na haar tweede show, Op en Top Tien, brak Tineke in de zomer van 1982 eindelijk landelijk door met het nummer Lenie uit de Takkestraat. “Ik denk dat mijn gebeden zijn verhoord. […] Ik denk dat iemand daarboven heeft gedacht ‘Nou, doe jij dat voorlopig maar eens een tijdje.’” 1982 bleek op meerdere vlakken een vruchtbaar jaar te zijn, want op 23 oktober werden Tineke en Hans de trotse ouders van hun eerste dochter, Sigrid.
Het succes van Lenie uit de Takkestraat en de daaropvolgende hit Zwiet, Zwiet Honniebie garandeerde volle zalen in het intieme Jacobi Theater, waar Tineke haar shows Tien in Miniverpakking en Pret voor Tien speelde. Na het succes van de voorstellingen in Utrecht kon een landelijke tournee dan ook niet uitblijven. Steeds opnieuw was de eerste show, waarmee Tineke op tournee door Nederland ging en avond aan avond voor uitverkochte zalen speelde. Overal waar ze kwam, werd ze begroet door een goedlachs publiek en enthousiaste fans, iets wat door de jaren heen nooit is veranderd.

Samen met producent John de Mol maakte Tineke in de jaren tachtig vier theatershows – Tiepies Tien, Tien in Topvorm, Tien met een Gniffel en 10x Tien – die alle ook op televisie werden uitgezonden. Daarnaast waren televisieregistraties te zien van de shows uit de beginjaren in het Jacobi Theater. Na jaren van optreden, hard werken en doorzetten (“Dat is mijn moeders motto.”) kon Tineke eindelijk genieten van haar succes. Het geluk in huize Brunyanszki werd compleet gemaakt met de geboorte van dochter Stefanie op 18 juli 1986.

Onder leiding van John de Mol was de overstap van theater naar televisie al snel gemaakt. Eind jaren tachtig beleefde de eerste reeks van drie televisieshows getiteld Tineke Schouten Show zijn première, in de regie van Henny Budie. Deze shows werden in 1990 opgevolgd door zes afleveringen van Schouten City, geregisseerd door Bob Rooyens. Datzelfde jaar vierde Tineke haar tienjarig jubileum met een feest in het Jacobi Theater, waar het allemaal was begonnen. In de eerste tien jaar van haar solocarrière had ze al veel successen geboekt en prijzen gewonnen – zoals de Veronica-award voor Meest Veelbelovende Zangeres, Het Gouden Hart van Rotterdam en de oeuvre-award Ere Loeres – maar het volgende decennium had nog veel meer voor haar in petto.